Echt, echter, echtst

door soberensexy

Eerder deze week schreef ik in De Standaard iets over authenticiteit, en hoe dat begrip – helaas – stilaan een holle doos aan het worden is. Toen wist ik nog niet dat vader Morel campagne zou voeren met de foto van zijn dochter, en dat sommige bladen alleen brunettes in beeld brengen omdat die in het oog van de toeschouwer meer diepgang zouden hebben dan blondines of rosten. En wij trappen daar allemaal in. Enfin, reden genoeg om mijn stukje over authenticiteit ook hier te posten. Voor echt en gemeend.

Het is zo ver: na de woorden ‘een uitdaging’ en ‘eigenzinnig’ is ook ‘authentiek’ een lege doos aan het worden. Authenticiteit is overal. Ze zit in de dikhouten gastentafel waar de vestigingen van ‘Le pain quotidien’ rond gebouwd zijn, ze hangt rond de zelfgemaakte rokjes en het eigenhandig gebakken brood, en ze zet de toon in de najaarsprogrammering op televisie, alwaar wij de komende maanden niet meer alleen onze dagelijkse kost leren bereiden maar ook ons dagelijks knutselwerk.

‘Zo authentiek, warm en echt dat het op de zenuwen begint te werken.’ Ziedaar het oordeel van een tv-recensent over Plan B, het alternatieve lifestyleprogramma van Vier. Dat choqueerde mij. Ik dacht: hoe cynisch moet je zijn om ‘authentiek’ te verbouwen tot een scheldwoord, om je te ergeren aan een pastinaak die te uitgebreid in beeld komt? Aan de andere kant: hoe authentiek kan televisie zijn? Al is het maar omdat er altijd gesleep met kabels en camera’s en een hoop volk aan te pas moeten komen – je moet al heel stevig in je schoenen staan om dan je naturel te behouden, zoals we ook meermaals hebben mogen merken tijdens de hoogdagen van de reality-tv. Bij uitbreiding: wat is dat eigenlijk, authenticiteit? Waarom is Blankenberge het niet – in die mate dat het stadsbestuur een marketeer gaat aanstellen om de stad van haar marginale imago te ontdoen, en Gent wel, niet alleen volgens de inwoners maar ook volgens National Geographic? Waarom is een frigoboxtoerist niet authentiek en een oesterliefhebber die naar Bretagne trekt, wel? Ben ik meer mezelf als ik met ongewassen haren in een versleten jeans rondklos dan wanneer ik met zorg een jurk uit mijn kast gehaald heb? Ik kan geweldig authentiek slechtgezind zijn, maar bij mijn weten telt dat niet. Ik heb eens uit onmacht in mijn arm gebeten, en dat voelde bijzonder echt aan, maar ook dat telt allicht niet. Authentiek is robuust maar aaibaar, met een glimlach en een gloed. Authentiek is heel vaak wat wij tekortkomen in ons hollende leven, waarin er hooguit tijd is om een pot open te draaien, en niet om de spaghettisaus een dag lang te laten sudderen.

Geen wereld die beter met het idee van echtheid uit de voeten kan dan de reclamewereld, schrijft Guillaume Van der Stighelen in zijn pas verschenen essay Echt. Daar gaat al decennialang geen jaar voorbij zonder dat een dure studie die authenticiteit uitroept tot dé trend. En de merken die het best de echtheid kunnen veinzen, bijvoorbeeld met behulp van een paar Italiaanse mamma’s en grote kookpotten, doen er hun voordeel mee. In één moeite maakt Van der Stighelen zich vrolijk over mensen die menen dat ze zichzelf kunnen vinden en/of verliezen. Echtheid is geen houdbaar concept, betoogt hij. Wij zijn niet minder echt als we ons beter voordoen dan we zijn, integendeel, die kunst maakt ons tot mensen.

Wat mij ook opvalt: mensen die zichzelf menen te hervinden, zijn vaak alleen. Ze hebben net een dag in hun moestuin gewroet, een berg beklommen, een week gezwegen in een boeddhistisch klooster. Zelden zijn ze gaan shoppen. En niemand zal beweren volledig zichzelf te zijn op een receptie met bazen en collega’s. Als hij het wel is, vliegt hij waarschijnlijk op staande voet aan de deur. Dat hoeft u niet te proberen, want er is een dappere Noor die het u voorgedaan heeft. Karl Ove Knausgard, van wie onlangs het boekLiefde in het Nederlands verscheen, heeft zijn leven opgetekend. Het leven met vrouw en kind, het leven met babygymnastiek en verjaardagsfeestjes, het leven waarin hij zich een vreemde voelde, behalve op de momenten dat hij in zijn eentje op café zat te lezen. Lezers noemen het boek verslavend, ontroerend, herkenbaar. Terwijl het vooral illusieloos en bikkelhard is. Het is één grote schreeuw uit frustratie, een gulp van monotonie en alledaagsheid, waarin Knausgard genadeloos is voor zijn omgeving en voor zichzelf. ‘Hoe meer ik me schaamde, hoe beter het werd.’

Dat is échte echtheid – niet de vrolijke, ‘mijn haar zit in de war’-authenticiteit die ons tegengif is in de ratrace, maar echtheid die pijn doet. ‘De eerlijkheid was essentieel’, zegt Knausgard, ‘maar ook onmenselijk.’ Zullen we morgen dan maar weer allemaal ons haar kammen, een jurk uit de kast halen, de dag door glimlachen en ’s avonds voor het evenwicht naar Plan B kijken? En eens op uitstap naar Blankenberge gaan, voor de citymarketeer daar het authentieke karakter uitgevlakt heeft.

Advertenties