soberensexy

Eva Berghmans begon deze blog als stok achter de deur. Want op vakantie is het makkelijk filosofisch worden over wat een mens echt nodig heeft, maar valt het werkjaar ook vol te houden zonder nieuwe designerjurk?

Maand: november, 2012

Goedkoop tijdverdrijf

Heb ik dat hier nu al eens gezegd, dat ik in mijn soberheidsstreven van bij het begin één uitzondering had ingebouwd (allez, twee, eigenlijk, als ik eerlijk ben)? Het is nooit mijn bedoeling geweest om minder boeken te kopen – wel om meer van mijn gekochte boeken te lezen, maar dat is een heel andere discussie (en de tweede uitzondering is wijn – ook daar wordt niet op bespaard).

Onlangs had ik zowaar een ruzietje met een goede vriendin. Zij vindt dat een boek allermaximumst 12,50 euro mag kosten. Ik als boekenmaker natuurlijk op het achterste van mijn poten – dat een schrijver zoveel tijd, en een redacteur zus tijd, en dat een boek bespottelijk goedkoop is in vergelijking met pakweg de cinema of een restaurantbezoek, en en en – enfin, ik zat op mijn paard en mijn kop liep rood aan (hinderlijk, zo’n bleke huid, een pokerface is nimmer een optie, je bloedvaten verraden je toch). Ze maakte de discussie af met “Amai, dat is wel schoon, dat je zo gepassioneerd bent”. Een dolksteek. Gepassioneerd. Ze zette me weg als een curiosum. Een ongevaarlijke gek.

Het voorval schoot me weer te binnen toen ik vandaag op ‘Books v. cigarettes’ stootte, een (bespottelijk goedkoop) verzamelbundeltje met essays van George Orwell. Het titelstuk haalt ongeveer alle argumenten aan die ik in de discussie met mijn vriendin aandroeg – het stuk dateert uit 1946. Zijn conclusie: dat al die Britten die boeken te duur vinden, eens moeten uitrekenen wat ze aan sigaretten en drank uitgeven (wat hij op zijn beurt nog eens heel fijntjes afzet tegen de levenslange verdiensten van een Indische boer). Vinnig.

Passons, dat dus allemaal maar als intro, om te zeggen dat ik zonder gewetensbezwaren vrolijk boeken blijf kopen, zij het dat ik ze vaker en vaker in elektronische vorm koop, kwestie van aan de bomen te denken (en ook uit egoïstische motieven: de kast zit vol, en niks gaat zo snel als de amazon-kindle-one click-aankoop). Een en ander leidde tot mijn column van vandaag in De Standaard, over de trieste waarheid achter Amazon (en onszelf).

Hokjes

Soms komt de hele zooi bij elkaar. Zit je net met je man in de agenda’s te kijken hoe je de week moet doorkomen zonder de kinderen ergens te vergeten, belt je moeder om te melden dat je bompa in het ziekenhuis ligt.

Tegelijk verandert alles en verandert niks. De lunchafspraken, de avondlijke vergadering, het oudercontact: het gaat allemaal gewoon door, en ja, er moet ook elke dag brood in de brooddozen. Tegelijk kost het minder moeite, want het valt plots zo veel lichter uit.

Een paar avonden later kreeg ik van mijn man een cadeautje. Een magneet met een popartvrouw in lichte hysterie en het opschrift ‘I can’t have a crisis today, my schedule is full’. Lachen, ja. Mijn (ons) hele heerlijke tweeverdienersleven samengevat in één slagzin.

Toen ik uitgelachen was, bekroop me een vaag onbehagen. Want niemand start een magneetfabriek om unieke stukken te fabriceren. Dus: dat er een magneet bestaat die mijn leven perfect samenvat, betekent dat er een markt is voor die samenvatting. Berg op, die illusies over uniciteit, temperament, persoonlijkheid, keuzevrijheid en wat al nog dat ons aan de gang houdt. Een perfect te vermarkten existentiële twijfel, meer is het niet.

Niets mis mee – onze hersenen zijn geprogrammeerd om grootste gemene delers op te sporen en zo de wereld in handzame categorieën in te delen – maar zijn we niet allemaal liever uniek? Ik schaamde me dood toen ik onlangs geen flauw benul meer had van de naam van de vervangster van de vervangster van de vervangster van de poetshulp. Het gemak waarmee we iemand in een hok of functie steken, is soms stuitend. Strak in het pak, wallen onder de ogen, laptoptas: zakenman. Jogging, wallen, plastic zak: dronkenlap. Plooifiets, tas uit gerecycleerde autobanden, haar in twee verschillende lengtes: links en kunstzinnig. Enzovoort.

In de marketing heeft dat hokjesdenken een chique naam: customer profiling . Ze doen het ook in de boekjes van de Colruyt – als je hun kortingskaart gebruikt, passen ze hun reclame aan je profiel aan. Altijd grappig gevonden, want het is er toch nog in de helft van de gevallen naast (alsof ik ooit diepgevroren chipolata’s zou kopen, het idee!). Met de aanbevelingen van Amazon ligt dat anders. Die zijn griezelig goed, alsof ze recht in je ziel kijken. Hoe anders te verklaren dat Amazon mij eerder deze week de nieuwe van Ian McEwan aanbeval? En nee, ik heb nog geen enkel boek van McEwan via Amazon gekocht – dat deed ik tot nog toe altijd in mijn bakstenen boekenwinkel – dus hoe weet Amazon dat ik elke nieuwe McEwan vroeg of laat aanschaf?

De nuchtere waarheid is dat Amazon een patent heeft op een reeks vernuftige technieken, waarbij de virtuele verkoper suggesties doet op basis van wat je eerder kocht of zelfs maar opzocht. Maar die technieken werken natuurlijk alleen maar zo goed omdat ik ellendig voorspelbaar ben. Omdat ik een eenduidig type ben – een Dansaertvlaming (enfin, niet letterlijk, want ik woon allang niet meer in de Dansaertstraat), met de juiste boeken op het nachtkastje – de nieuwe Munro, de nieuwe Zadie Smith, de nieuwe ­McEwan. Makkelijker komen de prooien voor Amazon allicht niet. Echt wennen doet het niet, die confrontatie met mezelf in sjabloonvorm. Vreemd eigenlijk, want van mijn lijfelijke boekhandelaar kan ik het bijzonder waarderen dat hij me dingen aanraadt. Maar de wonderen zijn de wereld niet uit. Alle onheilsscenario’s over mijn bompa gingen de vuilnisbak in en na drie dagen ziekenhuis mocht hij weer naar huis. En Amazon heeft speciaal voor mij een state of the art boormachine geselecteerd. Een boormachine! Na even zoeken zag ik het: de boosdoener was allicht een boek over economie dat ik bekeken had. Eén keer out of the box, en de virtuele verkoper valt door de mand.

Terwijl ik Amazon al jaren voor een duivels systeem aanzie, blijkt het ook niet verder te raken dan de grote clichés – u leest over geld, u bent een man. Dat ik dat nu pas merk, bevestigt nog maar eens dat ik veel te lang binnen de lijntjes van mijn profiel gebleven ben. Hoog tijd om wat bij te lezen over wiskunde, chemie en boksen – en om een boormachine te leren gebruiken.

Slimmer rondjes lopen

Soms probeer ik me voor te stellen hoe het leven er zou uitzien zonder e-mail of internet. Ik meen me zelfs te herinneren hoe dat was (ik heb nog met wordperfect gewerkt, en met doscommando’s). We zijn erop vooruitgegaan, echt waar, maar alles kan beter. Bij deze mijn column van vandaag in De Standaard – en bij wijze van begin van goede voornemens ben ik vanavond mijn rondje in het park gaan lopen in plaats van in mijn mailbox. En morgen (of sebiet, wie zal het zeggen) fris weer aan de ipad.

Rondjes lopen

Ze waren mij vergeten. Het plan was: een dag samen hard werken op de Frankfurter Buchmesse, dan samen naar het hotel voor anderhalf uur, en dan samen naar een restaurant. Het hotel had een uitstekende wifi, dus ik zou die anderhalf uur vrije tijd aan mijn mailbox besteden, in mijn niet aflatende pogingen om geen mails meer te laten slingeren. Bon, de collega’s-met-auto waren mij dus vergeten, maar niet getreurd, ik ben een meisje dat van aanpakken weet (dat is: zolang het niet over mijn mailbox gaat), dus ik stapte fluks naar de taxistandplaats. Alwaar ik ruw geschat een dag of drie had moeten wachten op een vrije taxi.

Toen bleek wat een sukkel ik geworden ben. Tien jaar geleden zou ik een toeristische gids van Frankfurt in mijn tas gehad hebben, en een stadsplan. Nu had ik een ipad in mijn tas, én een ultrabook, en die waren allebei dood, want mijn ipad-internet-abonnement geldt niet in het buitenland, en Europa is tot nader order nog altijd geen groot wifi-netwerk.

Dat was een klap. Niet omdat ik bang ben in een vreemde stad, zelfs niet als ze er Duits spreken, wel omdat ik mezelf als een onthechte geest beschouw, immuun tegen het gadgettisme. Getuige daarvan mijn telefoon, een model Nokia dat je intussen bij de cornflakes krijgt. Je kan ermee bellen en sms’en, maar je moet niet overdrijven want dan valt de batterij uit. Als onze telefoons de spiegel van onze persoonlijkheid zijn, zoals ik afgelopen weekend in de krant las, dan ben ik een holbewoner die vergeet dat hij bessen staat te plukken als er toevallig net een kip passeert. Onze tegenwoordige slimme telefoons zijn ook, zo las ik elders in de krant, de weg naar burnout. Onze hersenen zijn nog altijd die van een holbewoner, en zo doende voelen ze zich het lekkerst als ze een tijdje ongestoord kunnen doorwerken.

95.000 Belgen zitten er intussen thuis, psychisch ziek gevallen. Dat is veel, en het worden er nog altijd meer. Sommige verstandige mensen, genre Paul Verhaeghe, zien een verband met onze prestatiemaatschappij. Andere verstandige mensen denken dat het aan onszelf ligt, en aan ons gebrek aan organisatietalent. Een management consultant als Peter Bregman hamert erop dat we moeten leren om onze eigen agenda te bepalen, in plaats van onze werkdag te verprullen aan het blussen van brandjes die in de meeste gevallen via de mailbox binnenkomen. De paradox van de moderne werknemer is deze: volgens onderzoeken voelen we ons beter als we meester zijn over onze tijd, en al glij-urend of thuiswerkend job en privé kunnen verzoenen, reden waarom we het internet en alle daarmee verbonden apparaten juichend binnengelaten hebben in onze salons. De keerzijde daarvan is dat er geen bedrijfsdeur meer is om dicht te trekken achter je professionele bezigheden. En hoe gestresseerder je raakt, hoe minder je die discipline opbrengt, waardoor de cirkels die je in to do-lijsten draait nog vicieuzer worden.

Die avond in Frankfurt ben ik beginnen te wandelen. Richting waar ik het centrum vermoedde, alwaar het station opdook, alwaar ik een kaart van de stad vond, waarop ik het restaurant kon lokaliseren (stadsplannen zijn overigens ook veel minder in het straatbeeld aanwezig dan toen ik nog een ipadloze tiener was) (fuck, er bestonden toen zelfs nog geen ipads. En ook geen gsm’s. Je moest je persoonlijkheid toen nog helemaal verbeelden aan de hand van je kleren, je kapsel en je schmink. Het idee!). Nog een reality check voor het meisje dat dacht dat ze haar machines kan missen: het duurde een kwartier voor ik opnieuw met zo’n papieren kaartje uit de voeten kon, want het mankeerde een automatische “u bevindt zich hier”-functie.

Een dik uur heb ik uiteindelijk gewandeld, waarvan de tweede helft langs de rivier. Met de minuut voelde ik me minder opgejaagd. Die hele mailbox kon me gestolen worden tegen dat ik aan het aperitief zat. Ook dat was een schok. Sindsdien weet ik dat mijn prehistorische telefoon alleen maar een pose is. Slimme aandachtsgeile telefoon of niet: zowel op mijn tweewekelijkse vrije dag als in het weekend hef ik de beschermhoes van mijn ipad geregeld op om eens snel in mijn mailbox te kijken.

Ook toen, op die leerrijke avond in Frankfurt, heb ik ’s nachts nog naar mijn mails gekeken. Er stond niks in brand. Een verstandige vrouw zou daar een conclusie uit trekken. Allicht ben ik daar te moe voor, te veel rondjes in mijn mailbox gelopen in plaats van langs de rivier.

%d bloggers liken dit: