soberensexy

Eva Berghmans begon deze blog als stok achter de deur. Want op vakantie is het makkelijk filosofisch worden over wat een mens echt nodig heeft, maar valt het werkjaar ook vol te houden zonder nieuwe designerjurk?

Categorie: duurzaamheid

Na Zijn doortocht

Geen heilige waar ik het zo moeilijk mee heb als Sinterklaas. Ik heb er geen hekel aan, oh nee, verre van. Toen ik er vorige donderdag eentje over straat zag schuifelen, maakte mijn hart een klein sprongetje. Nog altijd. Terwijl ik intussen toch al bijna dertig jaar (ja ja ik was daar niet zo rap mee) weet dat het een doodnormale vent in een apenpakje is. Ik hou van het waas van mysterie, van alle ongerijmdheden (door de schouw? Komaan, wie heeft die nog?) (en die chocolade? Stond die gisteren niet nog in de Colruyt?) die kinderen genereus door de vingers zien, omdat het een goed verhaal is, waar dan ook nog es een hoop speelgoed aan vasthangt. Tegelijk steekt het me tegen dat het een feest is dat de gretigheid aanwakkert. Dat begint al met die boekskes die binnenvallen – t is te zeggen: bij ons vallen ze niet binnen, want wij hebben een “no pub”-sticker op de deur, maar daardoor is het een des te groter feest dat ze bij de grootouders naar hartenlust prentjes kunnen kiezen en knippen. Dochter had een paar tientallen A4’s vol met roze dingen en glitterende zaken – en liefst in combinatie – “ah ja, dat is allemaal voor meisjes, mama”.

Ah zucht. Ja, roze en glitter is voor meisjes. Kroontjes, schoenen met hoge hakken, make-up (nodig om de jongens te “verschrikken” – oef, zolang het dat maar is), alles van K3 (heeft u al eens op die teksten gelet? Doe het heel zachtjes… geen kreetjes en geen lachjes – ja zeg!), allemaal voor meisjes. Eerst wordt dan de feministe in mij wakker – tong afbijten, Eva, tong afbijten, dat komt allemaal echt van zichzelf goed. Er is geen reden tot een ban op roze (dat vind ik echt, staat haar beeldig, en ik ben van de weeromstuit zelf weer rode kleren gaan dragen), en die truttigheid, die waait vanzelf wel over, tenzij je erover begint te zeuren.

Moeilijker is het om de ecotrees in mij het zwijgen op te leggen. Al dat plastic, al die toverstaffen en make-updozen die al stuk gaan als je er nog maar naar kijkt. Dus sloten de ecotrees en de behaagzieke moeder een verbond, in de vorm van gezichtsverf uit de chirowinkel (uitstekende kwaliteit trouwens) en een felroze lippenstift uit de Bodyshop. Nagellak bleken ze daar niet te hebben – ik moet eens uitzoeken of daar een goede reden voor is. En dan toch nog staan twijfelen met een prinsessenjurk in mijn handen. Roze, glimmend en made in China. Dat laatste gaf de doorslag: dan maar niet. Niet het risico op een stralende prinses bij mij thuis op de kap van een bestoft en overwerkt leeftijdsgenootje daar ergens aan de andere kant (zei ik al dat de Sint ook een wereldbol bracht?). Heb ik van alles gecontroleerd waar het gemaakt is? Nee natuurlijk niet. Soms sust een mens zijn geweten in slaap. Die fleurige speelgoedwinkels met hun duurzame houten spullen, daar kun je toch alles met een gerust geweten kopen, al dan niet via de webshop (internetshoppen, is dat niet heel ecovriendelijk?)?

Bon, wat heeft al dat getob uiteindelijk opgeleverd? Veel te veel. Een mix van eco en educatief en dan toch nog de prinsessentoer op. Een week lang, op verschillende adressen (twee kanten grootouders, thuis, en bij bompa, hun overgrootvader). Al die verwachtingen, al die stress (kan iemand mij eens uitleggen waarom zelfs ik eind november die halve gare in zijn rood kleed als stand-in van het ouderlijk gezag begin te gebruiken? Ik die altijd beweerd heb dat ik, als ik mijn kinderen wou omkopen, dat met open vizier zou doen, en niet via een malle tussenpersoon?). Aan het eind van de festiviteiten wilden de verzamelde kleinkinderen nog maar één ding: keihard achter elkaar aan lopen en keikeihard roepen. Zucht (en maar op die tong bijten, om niet nog eens te zeggen dat de hele lading alsnog kan worden teruggestuurd naar Spanje, dan wel geleverd worden aan Burundi!).

En dan, de hamvraag: waar hebben ze sinds de levering al het meeste plezier aan beleefd? Aan de cd van kapitein Winokio, aan twee ouderwetse spellen in een nieuw jasje (aha, prinses-erger-je-niet!), aan de puzzels en ja, toch ook aan de schmink. In geen geval aan de Playmobil dierenkliniek. En voorts sleuren ze weer met dekens heen en weer om een theater te bouwen. Of ze vullen lege eierdozen met ballen en plasticine in een eierfabriek. Terwijl ik goede voornemens maak voor volgend jaar. Ik weet best dat het geen optie is om de knutseldoos met lege wc-rollen, eierdozen en gebruikte cadeautjeslinten over hun schoenen uit te storten, maar een mooie verkleeddoos met roze tweedehandsjurken, daar zie ik wel wat in. Al zal de Sint dan iets meer nodig hebben dan een goede wifi en een credit card. Tijd. En verbeelding.

Fiets (1)

Het is herfst en alles gaat kapot. Mijn laarzen (twee paar), mijn laptop (drie jaar oud), mijn humeur, zelfs een nieuwe jurk blijkt niet immuun. En mijn fiets. En de fietsenmaker twee straten verderop blijkt ook al met de herfstwind verdwenen (al lang, zegt mijn lief, maar ik ben een functionele kijker, dus ik heb het niet gemerkt want ik had hem niet nodig) (ik weet het, ook dat is niet fraai). Zoeken op het net, adres gevonden, met kapotte fiets daarnaartoe. Geen winkel. Geen winkel. GEEN winkel. (En mijn humeur was al lichtjes dysfunctioneel.) Ah, toch. Enfin, geen echte winkel. Wel een blad papier op een raam, met een naam en een telefoonnummer. Een fietsenmaker op afspraak, het is weer eens wat anders.

“Komt uw fiets uit de supermarkt?” Huh? Nee, dat doet hij dus niet, maar hij is wel oud. Zeven jaar geleden wou mijn zus hem van de hand doen omdat ze hem hopeloos versleten vond. En zij had hem al sinds haar plechtige communie. “Welk merk?” Een Norta. “Kom maar binnen.” Hij legt het me binnen uit, waarom hij die kleine ondervraging aan de telefoon hield: een fiets uit de supermarkt vindt hij een aanfluiting van zijn vak, en bovendien vált een fiets uit de supermarkt simpelweg niet te repareren. (Is genoteerd.)

Hij neemt zijn tijd, bekijkt mijn fiets van boven tot onder en van links naar rechts, om te concluderen: hij is het nog waard om er honderd euro in te steken. Mooie kleur, merkt hij op. Laat me zijn eigen fiets zien, die hij als eerbetoon aan zijn vader ook in het paars gezet had. Bedachtzame man, duidelijk erg begaan met die fietsen, en ook: hij spreekt zo verzorgd, zo opvallend verzorgd. Mocht hij in een autogarage werken, ze hadden hem al lang afgemaakt.

De fietsen bleken een carrièrewending – al zat de liefde voor de fiets er al lang in. Hij heeft Romaanse gestudeerd, nog boeken gerecenseerd voor Standaard der Letteren, en citeert als afsluiter van zijn finale advies over mijn fiets een wijsheid van John Berger: “A thing well repaired is worth a thousand new ones”.

Hij is niet helemaal zeker dat hij het citaat juist heeft, dus ga ik op zoek op het net. Ik vind het niet, maar kom wel een waardige vervanger tegen: “The poverty of our century is unlike that of any other. It is not, as poverty was before, the result of natural scarcity, but of a set of priorities imposed upon the rest of the world by the rich.”

%d bloggers liken dit: